Warmtenet en lokaal bronnet

Warmtenet en lokaal bronnet

In de media heeft u het vast al eens voorbij zien komen: warmtenetten. Warmtenetten zullen in de toekomst miljoenen woningen van warmte voorzien en spelen daarom een belangrijke rol op weg naar een aardgasvrij Nederland. Warmtenetten zijn namelijk, net als duurzaam gas en de warmtepomp, een alternatief voor het huidige aardgas. Maar wat is een warmtenet? En wat betekenen warmtenetten voor Nederlandse woningen waarin nu nog met de oude, vertrouwde cv-ketel wordt gestookt? Vroeger hadden we stadswarmte, is dat hetzelfde? En zijn warmtenetten niet erg duur? In dit artikel geven we antwoord op al deze vragen. Ook leggen we uit welke soorten warmtenetten er zijn, hoe ze onderling verschillen en wat hoe een warmtenet verschilt van een lokaal bronnet.

Wat is een warmtenet?

Een warmtenet is een netwerk dat warmte naar meerdere, aangesloten gebouwen transporteert. Dit gebeurt ondergronds met een netwerk van buizen gevuld met warm water. Het netwerk is verbonden met één of meerdere warmtebronnen in de buurt. Woningen en bedrijven die zijn aangesloten op dit netwerk halen warmte uit het warme water dat in het warmtenet zit. Dit warme water wordt vervolgens gebruikt voor het verwarmen van het gebouw en het maken van warm tapwater.

Warmtenetten zijn er in verschillende vormen. Ze kunnen een drukke stad verwarmen of een kleine buurt en met hoge of lage temperatuur. Voornamelijk in dichtbebouwde wijken of buurten die dichtbij een warmtebron zitten, zoals een afvalverwerkingsinstallatie, oppervlaktewater of aardwarmte, is het een ideale oplossing om veel woningen van duurzame warmte te voorzien. Een warmtenet bestaat vrijwel altijd uit:

  1. Water als energiedrager;
  2. Een warmtebron (en soms ook een koude bron);
  3. Een ondergronds buizennetwerk met aanvoer en afvoer van warmte of koude;
  4. Een warmtewisselaar per gebouw om warmte of koude af te tappen van het warmtenet.

Warmtenetten in Nederland

Warmtenetten zijn niet nieuw, maar zijn in Nederland nog relatief weinig toegepast. In het verleden zijn er warmtenetten ontwikkeld die nu als ‘stadswarmte’ bekend staan. De eerste warmtenetten werden in Utrecht al voor de Tweede Wereldoorlog aangelegd en in Rotterdam net erna. In de jaren ’70 en ’80 is dit flink uitgebreid met grote warmtenetten in nieuwe Vinex wijken en sindsdien is het steeds gebruikelijker geworden om warmtenetten aan te leggen. Inmiddels zijn er 450.000 woningen in Nederland aangesloten op een warmtenet.

De eerste generaties warmtenetten werden vaak verwarmd met restwarmte uit kolen- en gascentrales die ook elektriciteit opwekken. Deze warmtenetten bestaan nog steeds, maar zijn door de jaren heen efficiënter, betrouwbaarder en duurzamer geworden. In de toekomst worden bestaande en nieuwe warmtenetten steeds vaker aangesloten op een duurzame bron, zoals aardwarmte of restwarmte uit de industrie. Het is de verwachting dat in 2050 meer dan 50% van alle woningen in Nederland op een warmtenet is aangesloten.

Voorbeeld: Alkmaar

Het warmtenet in de Regio Alkmaar in de gemeenten Alkmaar, Heiloo, Langedijk en Heerhugowaard, is sinds begin januari 2018 aangesloten op een bio-energiecentrale. De bio-energiecentrale maakt duurzame energie en warmte door afvalhout en gedroogd slib te verbranden. Daarmee worden op dit moment ongeveer 6.000 gebouwen van warmte voorzien. In totaal bestaat dit warmtenet uit 30 kilometer aan buizen met warm water. Het effect daarvan is fors: een woning aansluiten op het warmtenet vermindert jaarlijks net zo veel CO2-uitstoot op als 22 zonnepanelen op het dak. De komende jaren zal het aantal aangesloten woningen worden uitgebreid naar ruim 15.000. Om deze uitbreiding en verdere verduurzaming van het warmtenet mogelijk te maken is het de bedoeling dat er in de toekomst ook aardwarmte als warmtebron gebruikt wordt.

Wat is een lokaal bronnet?

Een lokaal bronnet is vergelijkbaar met een warmtenet. Het bestaat uit een bron en een ondergronds buizennetwerk met water om warmte (en koude) aan te voeren naar meerder gebouwen. Het verschil is dat een lokaal bronnet op een kleinere schaal wordt ingezet. Een lokaal bronnet wordt dan ook vaak ontwikkeld door een energiecoöperatie of een lokaal collectief van bewoners. Het is al mogelijk om met een paar woningen in een straat een bronnet op te zetten voor eigen gebruik. Dat is een groot verschil met een warmtenet dat soms regionaal ontwikkeld wordt door een samenwerking van energieleveranciers, netbeheerders en verschillende energieproducenten.

Ook maakt een lokaal bronnet gebruik van kleinere bronnen die alleen zeer lokaal beschikbaar zijn. Denk aan oppervlaktewater (rivier of meer), een datacenter of WKO-systeem (Warmte Koude Opslag in de grond).

Voorbeeld: Eerste Traaise Warmtebedrijf

Met het Eerste Traaise Warmtebedrijf bouwen inwoners van Terheijden aan een eigen, duurzame energievoorziening. Zonne-energie, windenergie en warmte worden opgewekt binnen de gemeente Terheijden en leveren energie aan het dorp. Het warmtebedrijf is een collectief dat opgestart is door inwoners van de gemeente waarmee ze zelf de controle houden over de lokale energievoorziening. Woningeigenaren van Terheijden kunnen zich vervolgens aanmelden om over te stappen op het bronnet en op die manier hun woningen aardgasvrij maken.

 

Als warmtebron voor het lokale warmtenet wordt het water in de rivier de “Mark” gebruikt. De energie die daarbij vrijkomt wordt doormiddel van warmtepompen verwarmd tot warm water van ongeveer 700C dat door het lokale warmtenet bij de woningen terechtkomt. De warmtepompen worden vervolgens weer gevoed met elektriciteit uit de windmolens en zonnepanelen die in de gemeente zijn geplaatst.

Ieder warmtenet zijn eigen temperatuur

Een belangrijke factor die de werking van het warmtenet bepaald, is de temperatuur van het water dat door het buizennetwerk wordt verspreid. Parallel lopen er in het netwerk twee buizen naast elkaar: de aanvoer en retour. Deze twee verschillen van elkaar in temperatuur. De aanvoertemperatuur bepaalt het verschil tussen de warmtenetten onderling. De eerste generatie warmtenetten die zijn aangelegd in Nederland werken vaak met hoge temperaturen. Later zijn er ook lagere temperaturen voor het warmtenet gebruikt. Dit heeft te maken met de steeds betere techniek en het feit dat woningen steeds beter geïsoleerd zijn. Een goed geïsoleerde woning kan ook met een lagere temperatuur worden verwarmd. In Nederland kennen we vier verschillende warmtenetten met als grootste onderlinge verschil de aanvoer- en retourtemperatuur:

  • Hoge temperatuur (750C tot ongeveer 900C)
  • Midden temperatuur (550C tot 750C)
  • Lage temperatuur (300C tot 550C)
  • Zeer lage temperatuur (100C tot 300C)

Wist je dat? De aanvoer- en retourtemperatuur zijn erg belangrijk

Veel bewoners weten niet hoe het centraal verwarmingssysteem (afgekort cv-systeem) in huis precies werkt en warmte verspreid door de woning. De aanvoer- en retourtemperatuur van het cv-water is hierbij erg belangrijk. De temperatuur, en vooral ook het temperatuurverschil, bepalen de hoeveelheid warmte die radiatoren, vloerverwarming en/of convectorput afgeven aan de woning. 

De meeste cv-ketels staan standaard ingesteld op een temperatuur van 800C (aanvoertemperatuur). Dat betekent dat de cv-ketel het cv-water met deze temperatuur naar de radiator stuurt. Vanuit de radiator loopt het afgekoelde retourwater terug naar de cv-ketel waar het weer opgewarmd wordt. De temperatuur van het retourwater noemen we de retourtemperatuur. Bij een cv-ketel die ingesteld staat op 800C komt de retourtemperatuur ongeveer op 600C uit. Het gemiddelde van de aanvoer- en retourtemperatuur bepaalt hoeveel warmte de radiator afgeeft. In dit voorbeeld is dat (800C + 600C) / 2 = 700C.

1. Hoge temperatuur warmtenet (1e, 2e en 3e generatie)

Een hoge temperatuur warmtenet heeft een aanvoertemperatuur van 750C tot ongeveer 900C. Dit type warmtenet is geschikt voor vrijwel iedere woning. Niet of slecht geïsoleerde woningen kunnen verwarmd worden met deze temperaturen, omdat de temperatuur vergelijkbaar is met de standaard ingestelde temperatuur van een cv-ketel. Hoge temperatuur warmtenetten zijn in veel gevallen de eerste generatie stadswarmte. Het grote voordeel van dit type warmtenetten is dat er weinig tot geen isolatie-eisen zijn waaraan een woning moet voldoen om comfortabel verwarmd te worden.

Bij een hoge aanvoertemperatuur kunnen ook bestaande radiatoren, convectoren en vloerverwarming voldoende warmte afgeven om de woning comfortabel te krijgen. Dat maakt deze oplossing populair. Een warmte-afleverset in de woning zet de warmte uit het warmtenet om in warm cv-water en warm tapwater.  De warmte-afleverset vervangt daarmee de cv-ketel. Een groot nadeel van hoge temperatuur warmtenetten is dat er meer warmteverlies ontstaat door de hoge temperatuur. Ook zijn hoge temperatuur warmtebronnen meestal niet in grote hoeveelheden beschikbaar in de omgeving van een warmtenet.

2. Midden temperatuur warmtenet (3e generatie)

Een midden temperatuur warmtenet heeft een aanvoertemperatuur van 550C tot ongeveer 750C. Dit type warmtenet is geschikt voor woningen die slecht tot redelijk zijn geïsoleerd. Dit zijn bijvoorbeeld woningen die vanaf 1965 of daarna zijn gebouwd met een label D of hoger. In deze woningen kunnen bestaande cv-ketels vaak al op een lagere temperatuur, zoals 600C, worden ingesteld. Het midden temperatuur warmtenet is een techniek die we in Nederland vaak tegen gaan komen in de toekomst.

Met een relatief gemiddelde aanvoertemperatuur kunnen ook bestaande radiatoren, convectoren en vloerverwarming warmte leveren in een woning die redelijk geïsoleerd is. Is de woning niet voldoende geïsoleerd dan is het ook mogelijk om extra of grotere radiatoren te plaatsen in ruimtes die niet goed warm te krijgen zijn. Extra isoleren heeft de voorkeur, omdat hiermee ook de energierekening en CO2-uitstoot omlaaggaat.

Bij een aansluiting op een midden temperatuur is een warmte-afleverset nodig in de woning die de warmte uit het warmtenet afgeeft aan de cv-installatie. Voor het maken van warm tapwater is soms een aparte warmtepompbooster nodig.

Wat is een boosterwarmtepomp?

Afhankelijk van de temperatuur van het warmtenet (hoger of lager dan 600C) wordt er ook een booster geplaatst om het tapwater extra bij te verwarmen. Dit is belangrijk om de legionella bacterie tegen te gaan. De boosterwarmtepomp is te vergelijken met een warmtepomp en gebruikt het warmtenet als warmtebron om tapwater te verwarmen.

3. Lage temperatuur warmtenet (4e generatie)

Zogenaamde vierde generatie warmtenetten leveren warmte op een temperatuur van 300C tot 550C. Bij dit type warmtenetten wordt vaak ook gebruik gemaakt van seizoensopslag. Warmte wordt in de zomer opgeslagen in bijvoorbeeld een waterbron in de grond en in de winter weer opgehaald om mee te verwarmen (warmte- en koudeopslag, afgekort WKO). Het omgekeerde gebeurt met koude die in de winter opgeslagen wordt. Deze warmtenetten zijn geschikt voor woningen die zeer goed geïsoleerd zijn en lage temperatuur verwarming hebben, zoals vloerverwarming of lage temperatuur convectoren. Woningen gebouwd na 1992 en met lage temperatuurverwarming zijn hiervoor geschikt.

Voor veel bestaande woningen betekent een laagtemperatuur warmtenet een flink aantal aanpassingen. Dezelfde aanpassingen die nodig zijn voor het verwarmen met een individuele warmtepomp. De vierde generatie warmtenetten zullen dan ook voornamelijk ingezet worden voor nieuwbouwwijken. Om een woning op een vierde generatie warmtenet aan te sluiten is er in plaats van een cv-ketel een warmte-afleverset nodig. De warmte-afleverset zet het warme water uit het warmtenet om in warm cv-water. Voor het maken van warm tapwater is een aparte warmtepompbooster nodig.

4. Zeer lage temperatuur warmtenet (5e generatie)

Vijfde generatie warmtenetten vervoeren zeer lage temperatuur water naar woningen toe. Het water heeft een temperatuur van 100C tot 300C. Dit type warmtenetten worden op dit moment vooral toegepast op kleine schaal. Een goed voorbeeld is een gedeelde bodembron die gebruikt wordt voor bijvoorbeeld een rij van zes woningen. Dit is vrijwel dezelfde techniek als de individuele bodem warmtepomp. Het enige verschil is dat meerdere woningen gebruikmaken van dezelfde bodembron. De warmte wordt dan via een ringleiding in de straat onder de aangesloten woningen verdeeld.

Om de warmte van het warmtenet te kunnen gebruiken is een warmtepomp nodig. De warmtepomp brengt het water naar een hogere temperatuur zodat het geschikt is om een woning mee te verwarmen en er warm tapwater van te maken. Veel van deze zeer lage temperatuur warmtenetten veranderen in de zomer in “koudenetten”. Dat betekent dat het ook een bron is om koude van het net af te halen en daarmee woningen te koelen.

Hoe werkt een warmtenet?

Een woning die aangesloten is op een hoog temperatuur of midden temperatuur warmtenet heeft in plaats van een cv-ketel een warmte-afleverset. De afleverset kan een open of een gesloten warmteafgifte systeem hebben.

  1. In een open systeem staat de cv-installatie (radiatoren, convectoren, vloerverwarming, etc.) rechtstreeks in verbinding met het warmtenet. Daarmee tapt u rechtstreeks warmte af die direct is in te zetten om de woning te verwarmen;
  2. In een gesloten systeem is het water uit het warmtenet en de cv-installatie van elkaar gescheiden. Een warmtewisselaar tussen de cv-installatie en het warmtenet zorgt voor de overdracht van warmte van het ene systeem naar het andere. Voor een aansluiting op een gesloten systeem heeft uw cv-installatie een expansievat en een cv-pomp.

De meeste (nieuwe) warmtenetten maken gebruik van een gesloten systeem.

Warmteafleverset
De warmte-afleverset is qua afmetingen goed vergelijkbaar met een cv-ketel. Op de foto een kijkje in de binnenkant van het apparaat.

Ongeacht het type afleverset is er ook een aparte warmtewisselaar nodig die warmte afgeeft aan het leidingwater om warm tapwater te kunnen maken. Bij een midden- (in veel gevallen) of laagtemperatuur warmtenet heeft u een extra verwarmingselement (boosterwarmtepomp) nodig om warm tapwater naar een temperatuur van boven de 600C op te waarderen. Dat is nodig om een comfortabele temperatuur te krijgen en water legionellavrij te maken. De warmte-afleverset huurt u in de meeste gevallen van de warmtenetaanbieder. U betaalt hier een vast bedrag voor op de jaarlijkse energierekening. Dat heeft als voordeel dat u bij onderhoud of vervanging niet zelf voor de kosten hoeft op te draaien.

Waar komt de warmte vandaan?

Een warmtenet maakt gebruik van een warmtebron. Bij de eerste generaties warmtenetten is dit vaak restwarmte van hoge temperatuur afkomstig van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales. Tegenwoordig zijn er ook meer duurzame warmtebronnen beschikbaar, zoals geothermie (het gebruik van aardwarmte), zonwarmte (zonnethermie) en aquathermie (warmte uit oppervlaktewater, zoals een vijver of rivier). De bronnen verschillen van elkaar in temperatuur. De warmte die vrijkomt bij een bron is 100C tot ongeveer 900C.

Restwarmte uit industrie (hoge temperatuur, warmtenet)
In de industrie kan er bij productieprocessen veel warmte vrijkomen. In de metaalindustrie komt bijvoorbeeld veel warmte vrij bij smeltprocessen. Deze warmte is voor de fabriek nutteloos en wordt daarom vaak in de omgeving ‘geloosd’. Bijvoorbeeld via koeltorens of door het lozen van koelwater in rivieren en kanalen.

Veel restwarmte komt ook vrij bij het maken van elektriciteit in energiecentrales. Bij afvalverbrandingsinstallaties wordt bij het verbranden van afval naast elektriciteit ook veel warmte opgewekt. De warmte uit deze processen is vaak van een hoge temperatuur en is daarom zeer geschikt voor het verwarmen van woningen.

Biomassa (hoge temperatuur, warmtenet)
Biomassa bestaat uit allerlei organische materialen, zoals mest, snoeihout, rioolslib, plantaardige olie en soms ook speciaal geteelde gewassen zoals koolzaad en palmbomen. Door vergisting, vergassen en vervolgens verbranding van deze organische materialen komt er warmte vrij die bruikbaar is als bron voor een warmtenet.

Aardwarmte (midden en lage temperatuur, warmtenet)
Aardwarmte (of geothermie) is warmte uit de aarde op een diepte van 1 tot 3 kilometer. Op deze diepte onder de aardkorst heeft de aarde een hoge temperatuur van 300C tot ongeveer 900C. Een ideale warmtebron voor een warmtenet.

In het westen van Nederland maken veel tuinbouwbedrijven al gebruik van geothermie voor het verwarmen van kassen. In Nederland zijn meerdere geschikte locaties waar dit toegepast kan worden. In de loop van de komende decennia zullen er steeds meer geothermische bronnen ontwikkeld worden om als warmtebron te dienen voor een warmtenet.

Restwarmte van een lokale bron (lage temperatuur, lokaal bronnet)

Datacenters, ijsbanen en supermarkten gebruiken op grote schaal koelmachines. Deze koelmachines produceren warmte die slim ingezet kan worden voor het verwarmen van gebouwen. De warmte die vrijkomt heeft vaak een lage temperatuur, maar kan met een booster (een soort warmtepomp) eenvoudig naar een hogere temperatuur omgezet worden.

Aquathermie en riothermie (lage temperatuur, warmtenet en lokaal bronnet)

Oppervlaktewater (aquathermie) of afvalwater (riothermie) in het riool of waterzuiveringsinstallatie kan ook als warmtebron dienen voor een warmtenet. Oppervlaktewater in Nederland kan in de zomer oplopen tot een temperatuur van wel 250C. Deze warmte kan opgeslagen worden in de bodem en in de winter worden opgepompt voor de verwarming van gebouwen.

Een waterzuiveringsinstallatie heeft gedurende het hele jaar toevoer van warm afvalwater dat goed bruikbaar is voor de verwarming van woningen. De warmte die uit aquathermie opgewekt wordt door middel van een boosterwarmtepomp kan naar een hogere temperatuur gebracht worden zodat het bruikbaar is voor de verwarming van gebouwen.

Zonnethermie (lage temperatuur, lokaal bronnet)

Zonnethermie is vergelijkbaar met een zonneboiler die u op uw eigen woning plaatst. Het verschil is de grootte van de installatie en het gebruik van de warmte die vrijkomt. Voor een individuele woning is een zonneboiler voornamelijk bruikbaar voor het maken van warm tapwater in de zomer, wanneer er veel zon is. In de winter komt er weinig tot bijna geen warmte vrij in een zonneboilersysteem. Hierdoor is een zonneboiler niet geschikt voor het volledig verwarmen van een woning.

Wanneer we zonnethermie op grotere schaal gebruiken in combinatie met opslag in de bodem, dan is het wel mogelijk om woningen volledig van zonnewarmte te voorzien. De warmte wordt in de zomer opgeslagen in de bodem die vervolgens in de winter voldoende capaciteit heeft om woningen te voorzien van de warmte die nodig is.

Warmte-koude opslag in de bodem (lage temperatuur, lokaal bronnet)

Bij een warmte-koude opslag wordt handig gebruik gemaakt van overtollige warmte in de zomer en koude in de winter. Door deze op te slaan in 1 of 2 putten onder de grond wordt de warmte en koude behouden voor gebruik op het moment dat het nodig is. In de winter wordt warmte uit de (warmte)bron gehaald en gebruikt voor de verwarming van woningen. In tegengestelde richting wordt koude uit de woning in de (koude)bron gestopt. In de zomer gebeurt het omgekeerde. Zo blijft de bron in balans.

Wanneer een WKO-installatie niet in balans is doordat er bijvoorbeeld meer warmte dan koude wordt gebruikt, is het mogelijk om een extra warme of koude bron aan het systeem toe te voegen.

Warmtenet temperatuur en bronnen
De meest gangbare soorten warmtebronnen op een rijtje.

Van wie is het warmtenet?

Een warmtenet kan door verschillende organisaties georganiseerd, opgezet en beheerd worden. De meestvoorkomende vorm is een energieleverancier die een warmtenet ontwikkelt en beheert. Dit zijn vaak de warmtenetten waar een groot aantal gebouwen met verschillende soorten eigenaren (woningeigenaren, huurders en bedrijven) op aangesloten worden. Het gaat dan om meerdere buurten of zelfs meerdere gemeenten die op een warmtenet aangesloten worden.

Energiecoöperatie of burencollectief?

Kleinere warmtenetten (tot ongeveer 500 aansluitingen) kunnen ook door een energiecoöperatie of burencollectief opgezet en georganiseerd worden. Vaak zijn dit warmtenetten met een warmtebron waar geen industriële of publieke organisatie bij betrokken hoeft te zijn – dat is wel het geval bij restwarmte uit de industrie of rioolzuiveringsinstallatie. De meest eenvoudige vorm van een lokaal en collectief warmtenet is een bodembron die u deelt met een aantal buren in een rij woningen. Iedere woning heeft dan zijn eigen (bodem) warmtepomp. De bodembron waar de warmtepomp op aangesloten is, deelt u met de buren.

Wat kost een aansluiting op het warmtenet?

De aanleg van een warmtenet in een woonwijk is een flinke investering. In de straten van een buurt worden goed geïsoleerde buizen aangelegd en vervolgens aangesloten op gebouwen en warmtebronnen. De meeste kosten voor het aanleggen van een warmtenet in een wijk zijn voor rekening van de energieleverancier die de warmte gaat leveren. Een deel zal echter ook door de gebouweigenaars betaald moeten worden.

Bestaand warmtenet

Wanneer er al een warmtenet in de straat ligt, is er alleen nog een afleverset en aansluiting op het warmtenet nodig. De kosten voor het eenmalig aansluiten op een warmtenet zijn in de meeste gevallen gereguleerd door de ACM (Autoriteit Consument en Markt). Dit is het geval wanneer de volgende situatie geldt:

  1. Een nieuwe aansluiting op een bestaand (en uitontwikkeld) warmtenet;
  2. De aansluiting ligt maximaal 25 meter van het bestaande warmtenet;
  3. Het warmtenet is ontwikkeld zonder dat daarbij rekening werd gehouden met de nieuw te maken aansluiting.

Als deze voorwaarden gelden dan kost een aansluiting op een warmtenet maximaal €4.878,04 (ACM-warmtetarieven 2021). Is de aansluiting verder dan 25 meter verwijderd van het bestaande warmtenet, maar gelden alle andere voorwaarden wel, dan betaalt u voor elke extra meter maximaal €219,68 boven op het maximale aansluitbedrag.

Nieuw aangelegde warmtenetten

Wanneer een nieuw warmtenet wordt aangelegd an kunnen de kosten hoger zijn dan het vastgestelde tarief van de ACM. Als toekomstige gebruiker van het warmtenet betaalt u dan ook mee aan de ontwikkeling van het warmtenet. Dat betekent dat de kosten voor het aanleggen van de leidingen in de straat onderdeel worden van de aansluitkosten. De kosten voor het aanleggen van een warmtenet worden gedeeld over het totale aantal aansluitingen in de wijk. Hierbij geldt dat de kosten per gebruiker lager worden wanneer er meer woningen worden aangesloten.

Voor een aansluiting op een nieuw warmtenet lopen de kosten uiteen. Op dit moment zien we bedragen van €4.000 tot €7.000 voor een woning in een nieuwbouwwijk en €5.000 tot €15.000 voor een (nieuwbouw)woning in een bestaande woonwijk. Woont u in een appartementencomplex dan kan het soms goedkoper zijn doordat u één aansluiting deelt met uw buren in de vereniging van eigenaren (VvE).

Subsidie voor aansluiting op warmtenet

Op dit moment is er vanuit de Rijksoverheid een subsidie beschikbaar voor het eenmalig aansluiten op een warmtenet. De zogeheten Investeringssubsidie Duurzame Energie (afgekort ISDE genoemd) waarmee u ook subsidie voor aanvullende isolatiemaatregelen, zonneboiler en/of warmtepomp kan krijgen. De subsidie voor het aansluiten op een warmtenet is €3.325 (2021).

Warmtewet nu en in de toekomst

De prijs die u betaalt voor afgenomen warmte, beheer en onderhoud van het warmtenet is gebonden aan regels. Het rendement dat een warmtebedrijf of energiecoöperatie mag maken op de verkoop van warmte is gereguleerd. Deze regels zijn opgesteld om te voorkomen dat u als woningeigenaar veel duurder uit bent met een aansluiting op het warmtenet dan wanneer u een gasaansluiting zou hebben met een cv-ketel.

Net als bij een gasaansluiting bestaat uw energierekening voor het gebruik van warmte uit een vast en variabel deel. Voor zowel het vaste als het variabele deel gelden maximale tarieven die ieder jaar opnieuw worden vastgesteld. Het maximale tarief van het variabele deel – de kosten per gebruikte GJ aan warmte – is gelijk aan de gemiddelde gasprijs wanneer u een jaarcontract zou afsluiten met een vast gastarief bij de drie grootste energieleveranciers in Nederland. De meeste warmtebedrijven hanteren een prijs per GJ onder dit tarief.

Gigajoules? Wat is dat?

Een gigajoule (afgekort GJ) is de meeteenheid waarmee warmte gemeten wordt. Het gebruik van warmte wordt in GJ gemeten en staat ook op die manier vermeld op de energierekening. Eén GJ aan warmte is vergelijkbaar met 43 m3 gasverbruik met een HR-ketel.

Voorbeeldberekening

Anne en Robin hebben een woning in een wijk waar een warmtenet wordt aangelegd. Ze overwegen om de cv-ketel, die bijna aan vervanging toe is, in te ruilen voor een aansluiting op het warmtenet. Anne en Robin wonen in een tussenwoning uit 1980. Met hun oude cv-ketel verbruikten ze in totaal 1.210 m3 gas per jaar. De woning heeft de volgende kenmerken:

  • Het woonoppervlak van de woning is 100m2, verdeeld over drie woonlagen;
  • De woning is redelijk geïsoleerd met dak- en muurisolatie met een isolatiewaarde van 1,3 (Rc-waarde) Daarnaast is de woning volledig voorzien van dubbel glas;
  • Het gasverbruik voor verwarming is: 1.070 m3 gas;
  • Het gasverbruik voor warm tapwater is: 140 m3 gas;
  • Anne en Robin koken op een elektrische inductiekookplaat.

Jaarlijkse kosten gebruik cv-ketel

De jaarlijkse kosten voor het gebruik van de cv-ketel van Anne en Robin zien er als volgt uit:

  • Variabele kosten: 1.210 m3 x € 0,78 (prijspeil 2021) = € 944
  • Vaste kosten: €67 (vaste leverkosten) + € 192 (netbeheerkosten) = € 259
  • Afschrijving cv-ketel(investering cv-ketel over 15 jaar) = € 155
  • Onderhoud en reparaties: € 217
  • Totaal: €1.575,00 per jaar

Jaarlijkse kosten aansluiting op warmtenet

Het belangrijkste verschil tussen het gebruik van een cv-ketel en een aansluiting op het warmtenet is dat Anne en Robin niet meer de eigenaar zijn van de complete cv-installatie. De warmte-afleverset, de vervanger van de cv-ketel, huren zij van de warmteleverancier. Dat betekent dat ze geen geld hoeven te sparen om iedere 15 jaar de cv-ketel te vervangen. De jaarlijkse kosten zien er als volgt uit:

  • Variabele kosten: 35,1 GJ x € 25,51 (prijspeil 2021) = € 859,40
  • Vaste aansluitingskosten = € 478,60
  • Meettarrief = € 26,83
  • Huur afleverset = € 125,50
  • Totaal: € 1.490,33 per jaar

Hoe bereidt u zich voor op aansluiting op een warmtenet?

Of u nu wilt meedoen aan een grootschalig warmtenet of een klein collectieve warmte oplossing; isoleren en een energiezuinig ventilatiesysteem zijn altijd de eerste stap die u neemt. Het warmtenet levert in de meeste gevallen een lagere temperatuur warmte dan de meeste cv-ketels. Met het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen zorgt u ervoor dat de radiatoren in uw woning minder warmte hoeven af te geven. Dat maakt het mogelijk om op een lagere temperatuur te verwarmen. Andere voordelen van isolatie- en ventilatiemaatregelen zijn:

  1. Hoger comfort door minder tocht en koude straling;
  2. Lagere energierekening;
  3. Hogere woningwaarde;

Waterzijdig inregelen

Wanneer u een aansluiting wilt maken op een midden of hoog temperatuur warmtenet dan kunt u vaak bestaande radiatoren blijven gebruiken om mee te verwarmen. Daarbij is het wel belangrijk dat de radiatoren goed afgesteld zijn op het gebruik in combinatie met een warmtenet. Dit doet u door het cv-systeem waterzijdig te regelen. Tijdens het inregelen stelt een installateur de aanvoer- en retourstroom van elke radiator nauwkeurig in zodat het warme cv-water zich goed in de woning verspreid. Daarnaast wordt de juiste aanvoer- en retourtemperatuur ingesteld die overeenkomt met de temperaturen waar het warmtenet warmte op aanlevert.

Verplaatsing cv-installatie

Heeft u de cv-ketel op een moeilijk bereikbare plek staan, bijvoorbeeld in een kleine hoek op zolder of achter een keukenkastje, dan kan het verstandig zijn om deze te verplaatsen. Daarmee zorgt u ervoor dat het mogelijk is om een warmte-afleverset op de meest ideale manier geplaats kan worden. Daarbij heeft het de voorkeur om deze zo dicht mogelijk bij de voordeur en op de begane grond te plaatsen.

Wanneer weet u wanneer een warmtenet bij u in de buurt komt?

Eind 2021 moeten alle gemeente een plan hebben gemaakt voor uw buurt om voor 2050 van het aardgas af te zijn. In dit plan – de Transitievisie Warmte – staat of het mogelijk is om een warmtenet bij in de buurt aan te leggen en op welke termijn dat ontwikkeld wordt. De meeste nieuwe warmtenetten zullen tussen 2030 en 2050 opgeleverd worden. Om een alternatief voor aardgas in een wijk aan te kunnen bieden gaat eerst een uitgebreide planningsfase vooraf. Gemiddeld duurt het dan ook 8 jaar tot een plan uitgevoerd wordt. Zodra de meeste gemeentes hun plannen af hebben kunt u die via het Regionaal Energieloket voor uw wijk opvragen.  

Warmte Transitie Visie
Een voorbeeld van een Warmte Transitie Visie van de gemeente Amsterdam. let op! dit is geen actuele versies maar slechts een voorbeeld.

Wat doet u in de tussentijd? Energie besparen natuurlijk!

Bereid uw woning alvast voor op een aardgasvrije toekomst. Energiebesparende maatregelen zorgen er niet alleen voor dat we de CO2-uitstoot verminderen maar is ook nog eens goed voor uw portemonnee. Het Regionaal Energieloket organiseert regelmatig collectieve inkoopacties voor bijvoorbeeld isolatiemaatregelen, zonnepanelen of (hybride) warmtepompen. Kijk daarvoor op de pagina “in de buurt”.

Wilt u meer weten over de alternatieven voor aardgas? Lees hier de volgende artikelen op onze kennisbank: